
Oefening 1 (Oranje): Speler blauw maakt een kleine slalom en flatst de bal naar rood. Die neemt de bal in beweging aan en maakt een liftje over de drie pionnen. Versneld vervolgens richting het poortje en gaat daar via de achterkant doorheen. Rond tenslotte met een (backhand)flats af. Oefening2 (Blauw): Basistechnieken. In iedere training gaat dit terugkomen. Oefen de push, flats en slag. Let er bij het stoppen van de bal op dat de speler niet te laag staat, maar meer rechtop. Oefening 3 (Rood): Partijspel op twee doelen.Oefening 4 (Zwart): Pass van speler geel richting aanvaller 1 (blauw). Neemt de bal aan en speelt een 2 tegen 1 met aanvaller 2 (blauw) tegen verdediger 1 (rood).
- Tijdens het dribbelen met de bal is drijven beter dan kleine tikjes geven. - Bij pass-oefeningen zorg ervoor dat het aannemen + passen (2x aanraken) is.- Maak de oefeningen voor elk leeftijdscategorie uitdagend.- Houd het strak. Geef de kinderen de kans om tussen de oefeningen door even te kletsen, maar als de oefening start is het ook echt hockey.
This practice has no coaching points
This practice has no progressions
in more ways than one
The best hockey players in the world do not just react faster; they scan more frequently and process information before the ball arrives. This article explores the science behind scanning, how to coach spatial awareness as a habit, and practical drills that force players to lift their heads and read the game.
In hockey, you can only score from inside the circle. Getting the ball into the D with purpose and creating genuine shooting chances is the hardest part of attack. This article examines the different types of circle entry, why entry angle determines shot quality, and how to train your team to penetrate the most congested area on the pitch.
The best teams don't just press - they press at the right moment. Here's how to train your players to read the cues.