
Niveau: 2.0 Doel: Het ontwikkelen van basisvaardigheden voor passing shots en volleyâs. Het verbeteren van balcontrole en positionering. Opstelling:Passer (Speler 4 - Blauw): Probeert de bal gecontroleerd langs de netrusher te slaan. Netrusher (Speler 1 - Geel): Loopt rustig naar het net om de bal te onderscheppen en terug te spelen. Coach: Geeft voorspelbare feeds en begeleidt de spelers. Baan: Enkelspelbaan. Plaats kegels om positie te markeren: Rode kegel: Forehand passing shot. Groene kegel: Backhand passing shot. Oranje kegel: Midden passing shot. Instructies:1. Start van de Oefening:De coach speelt een zachte, gecontroleerde bal naar de passer (Speler 4 - Blauw) op de baseline. De passer kan zelf aangeven waar de bal komt (forehand, backhand of midden). De netrusher (Speler 1 - Geel) begint aan de servicelijn, beweegt rustig naar het net en probeert de bal te onderscheppen. 2. Samenwerkingsfase:De passer probeert de bal langs de netrusher te spelen. De netrusher focust op het correct positioneren (achter de juiste kegel) en speelt de bal terug naar de passer. 3. Punt Fase:Na 1 of 2 ballen wordt het punt uitgespeeld. De passer probeert een gecontroleerde passing shot te slaan. De netrusher probeert de bal te onderscheppen en de rally te winnen. 4. Scoren:Netrusher (Speler 1 - Geel): Verdient 1 punt voor elke bal die in het spel blijft en een succesvolle volley. Passer (Speler 4 - Blauw): Verdient 1 punt voor elke passing shot die de netrusher niet kan bereiken. 5. Rotaties:Netrusher (Geel): Na 2 punten wisselt de huidige netrusher met de volgende speler in de rij. Passer (Blauw): Blijft in zijn rol gedurende 3-5 minuten, waarna de rollen wisselen. Aandachtspunten voor Spelers:Positionering: Gebruik de gekleurde kegels als richtlijn om de juiste positie achter de bal te vinden. Rode kegel: Beweeg naar de forehandzijde. Groene kegel: Beweeg naar de backhandzijde. Oranje kegel: Blijf in het midden. Rust en controle: Zorg dat de ballen binnen de lijnen blijven, zonder onnodige snelheid. Focus op techniek: Netrusher: Werk aan een correcte volleytechniek. Passer: Werk aan precisie en plaatsing van de passing shots. Variaties:Vereenvoudigde Passing Shots: De passer speelt de bal diagonaal in plaats van langs de lijn om de focus op controle te houden. Korte rallyâs: Beperk de rally tot 1 bal voordat het punt wordt uitgespeeld, zodat het eenvoudiger is om te focussen. Coach bepaalt: De coach geeft aan waar de bal moet worden gespeeld, om de passer en netrusher te begeleiden.
Aandachtspunten voor Spelers:Positionering: Gebruik kegels om te laten zien waar de netrusher moet staan (groene kegel = forehand, gele kegel = backhand, rode kegel = midden). Tempo: Blijf rustig; focus op balcontrole in plaats van snelheid. Samenwerking: Beide spelers proberen de rally te verlengen.
This practice has no coaching points
This practice has no progressions
Indoor courts give players less time and less room. Help them sharpen their split step, shorten their swing and stay calm, and winter becomes a season of real progress.
A tiebreak is a short sprint where every point is worth the same as a break of serve. The players who win them are rarely the ones who hit hardest. Here is how to coach the patterns, habits and scoreboard thinking that win the big points.
Most club players practise the serve on its own and then have no idea what to do with the ball that comes back. Serve plus one is the pattern that turns a good serve into a won point.