Pass A-B1 die ruimte maakt naar links. Pass B1-C die dreigt tussen (1e en) 2e verdediger. B1 trekt zich terug en komt met boog in naar midden. Pass C - B1 die verdediger 1 bindt en de CS aanspeelt. Idem op rechts.
Twee manieren om de CS te verdedigen: - achter de CS gaan staan, 1 hand in de rug en de andere hand tussen de handen van de CS en zo met 'derde' hand de pass naar CS bemoeilijken of verhinderen. - voor de CS blijven, 1 hand achterwaarts om voeling met CS te houden en de ander hoog om passes te verhinderen.
Bedoeling is : trainen van het verdedigen van de CS! Eerst bijna vanuit stilstand oefenen. Daarna steeds de CS 1 kant uit laten draaien, daarna de andere kant oefenen en ten slotte vrije opdracht van de CS. Beslissingstraining: schot B1 en B2 indien verdediger 1 niet uitstapt - dan defensief blok van verdedigers 1 of aanspelen CS als verdediger 1 wel stapt.
Handball demands explosive power, repeated sprint ability, and the strength to compete physically for 60 minutes. Sport-specific conditioning develops the athletic qualities that underpin elite performance.
Handball matches are won and lost in critical moments. Mental toughness determines who executes under pressure, who recovers from setbacks, and who maintains concentration throughout 60 intense minutes.
Deception is the great equaliser in handball. Smaller, less powerful players can beat defenders through feints and misdirection. Mastering these skills creates breakthrough opportunities against even the most organised defences.