Werktijd : 30 tot max.45 sec.
Rusttijd : 15 tot 30 sec.
Station 1:
Keeper maakt aan de 4-meter merkstip een hampelmanbeweging, daarna sprint naar rechter kast, pakt bal, en speelt de trainer op de middellijk aan, dan aan linkerkant hetzelfde uitvoeren. bal
Station 2:
Worp tegen de wand, hele draai en bal weer vangen. bal
Station 3:
Over kleine kast springen en dan in afwisseling afweerbewegingen uitvoeren links laag en rechts laag, links hoog en rechts hoog. kast of bank
Station 4:
Keeper werpt bal vanuit zit hoog, vangt hem in stand, werpt de bal weer hoog en vangt de bal in zit, etc. bal
Station 5:
Kozakkendans in ligsteun ruggelings. .
Station 6:
Vanuit hurkzit, afweerbewegingen links laag en rechts laag. .
Station 7:
Afwisselend sprinten naar beide markeringspunten in doelgebied en steeds achterwaarts loop terug naar beginpunt. .
Station 8:
Vanuit rugligging in afwisselend rechts en links hordenzit komen, daarbij in de handen, die men zijwaarts houdt. .
Station 9:
Keeper staat op kleine kast en zwaait afwisselend een been met gezicht naar de kast (hij stapt er dus half af). kast
Station 10:
Achterwaarts en voorwaartst loop, bij de eerste markering, dan zijwaartse beweging tot volgende markering.
Handball demands explosive power, repeated sprint ability, and the strength to compete physically for 60 minutes. Sport-specific conditioning develops the athletic qualities that underpin elite performance.
Handball matches are won and lost in critical moments. Mental toughness determines who executes under pressure, who recovers from setbacks, and who maintains concentration throughout 60 intense minutes.
Deception is the great equaliser in handball. Smaller, less powerful players can beat defenders through feints and misdirection. Mastering these skills creates breakthrough opportunities against even the most organised defences.