Pass B1-R1 afronden.
Pass B3-R1 afronden
8-10 schoten achter elkaar
strekworp heuphoogte
- de bal wordt met beide handen gevangen
- bij een rechtshandige speler een pas voorwaarts maken met het linker been
- looprichting rechtdoor of diagonaal
- voet tussen voeten van tegenstander
- armlengte afstand
- vervolgens wordt een volgende (tweede) pas gemaakt met het rechter been
- tegelijkertijd de bal op schouderhoogte naar achteren brengen (hoog dreigen)
- bekken mee indraaien
- lichaam voorover naar werparmzijde
- intussen gaat de bal op schouderhoogte nog steeds naar achteren (hoog dreigen)
- bij de derde pasaanzet werparm naar voren brengen en de bovenarm langs het lichaam brengen
- lichaam voorover naar werparmzijde
- intussen gaat de bal op schouderhoogte nog steeds naar achteren (hoog dreigen)
- bij de derde pasaanzet
- werparm naar voren brengen en de bovenarm langs het lichaam brengen
- hand achter de bal
-vingers licht gespreid
-pas wordt steeds groter
-de bal komt naar voren
-zijkant van de hand richting vloer (alsof je er mee over de voer veegt)
-arm bijna gestrekt
-elleboog los van lichaam
-de achterste voet (hiel) komt los van de vloer
-werparm zo ver mogelijk naar voren strekken
-de bal met de hand nawijzen
Wing players operate in the most demanding shooting position on a handball court, where acute angles and a close goalkeeper make finishing a specialist skill. This article breaks down the technique, decision-making, and training progressions that coaches need to develop elite wing finishing.
The transition from attack to defence is the most vulnerable moment in handball. This article examines the 3-second recovery principle, the specific roles players must adopt during transition, and the training scenarios that build a team's ability to recover defensive shape under pressure.
Handball demands explosive power, repeated sprint ability, and the strength to compete physically for 60 minutes. Sport-specific conditioning develops the athletic qualities that underpin elite performance.