Hockey Drill Demonstration

Description

Inleiding
Deze week de tweede week dat er getraind gaat worden in een topgroep en een normale groep. De topgroep houdt zich gedurende een uur bezig met de bovenste zijde van de afbeelding (oefening rood, zwart en oranje). Aan te raden is om met oefening rood te beginnen. De normale groep zal actief zijn in oefening geel, blauw en oranje. Elke oefening duurt ongeveer 15 min.

Oefening rood
Begin met een trappetje (belangrijk dat je de bal onder je door trekt). Na deze beweging drijf je naar de linker pion (lange pionnenrij) en versnel je vervolgens buitenom langs de pionnenrij. Direct na het aanzetten moet de speler de stick alleen in de linkerhand vast houden (uiteinde van de stick). Hierdoor kun je rechterop lopen (meer snelheid) en krijg je meer overzicht. Belangrijk dat de bal voor je ligt i.p.v. naast je. Na de versnelling geef je de bal voor en tik speler twee de bal binnen.

Oefening
zwart
'F' en 'A' staan tegenover elkaar en dribbelen in hetzelfde richting goal. F begint met de bal en speelt steeds korte passjes met A. Begin eerst met forehand naar forehand, maar maak het steeds moeilijker voor A (F blijft forehand aannames + passes geven). Dus, backhand + liftjes (aannames + /  passes). Als er nog tijd over is laat A dan ook met z'n gezicht richting de goal dribbelen.

Oefening oranje
'A' speelt een stevige pass naar 'D'. D flatst de bal door (kaats) naar 'F'. F neemt de bal aan en speelt de bal naar de doorgelopen A (richting de 3 oranje pionnen). A neemt de bal op snelheid aan en lift over de laatste 2 oranje pionnen. Deze lift gebeurt in de sprint en mag dus niet stil gelegd worden. Uiteindelijk afronden op goal.

Oefening geel
Partijtje met 2 teams, een cirkel in het midden en 2 goaltjes. In de cirkel mag niemand komen, behalve de trainer. Ook de bal mag er niet doorheen of overheen worden gespeeld. Je kan aan de voorkant én aan de achterkant van de goaltjes scoren. Je scoort door door het goaltje te drijven of door iemand aan te passen aan de andere kant van de goal. Als je scoort moet je daarna in de andere goal scoren (dus je moet ook proberen om balbezit te houden na je goal). 

Oefening blauw
Oefening is aan beide kanten hetzelfde (alleen de kaats is iets anders). De bal begint bij 'A' en passt naar 'D'. D passt de bal naar 'F'. F kaatst de bal richting de strafbalstip, waar een laatste aanvaller staat om de bal aan te nemen en te scoren. De bal zal zelden echt precies op de strafbalstip komen, dus het is belangrijk dat de laatste aanvaller alert is en z.s.m. reageert op de kaatst, de bal aanneemt en afrond.

Oefening groen
'A' probeert met een flatst / slag / push de bal te scoren in het groene goaltje dat recht tegenover hem of haar staat. 'D' verdedigt de goal en hoeft de bal alleen maar te stoppen en rustig terug te spelen. Maak het steeds uitdadigende door bijv. D bij één van de groene pionnen te laten starten en dat ie pas mag beweging als A schiet. 

Coaching points

1. Tijdens het dribbelen van de bal veel liever drijven dan kleine tikjes geven.  
2. Bij pass-oefeningen zorg ervoor dat het aannemen + passen (2x aanraken) is.
3. Maak de oefeningen voor elk leeftijdscategorie uitdagend.
3. Houd het strak. Geef de kinderen de kans om tussen de oefeningen door te kletsen, maar als de oefening start is het ook echt hockey.

Jeugdtraining DDHC Week 4Passing & ReceivingHockey Drills Coaching